Houtblazers


Dwarsfluit

Onder de houtblazers horen de dwarsfluiten. Vroeger werd deze fluit van hout gemaakt en daarom wordt die nog steeds tot de houtblaasinstrumenten gerekend, terwijl het het enige instrument is dat tegenwoordig meestal niet meer van hout wordt gemaakt. Een dwarsfluit heeft heel veel klepjes voor alle verschillende noten. Bij de fluiten heb je verschillende maten die steeds hoger klinken naarmate de fluit kleiner wordt. In het orkest wordt alleen de gewone dwarsfluit en de piccolo dwarsfluit gebruikt. De piccolo komt niet bij elk muziekstuk voor.

Hobo

Naast de fluiten zitten de hobo’s. Op een hobo blaas je door een rietje. Geen drink-rietje wat je krijgt bij je cola, maar echt riet. Er zijn er zelfs 2 op elkaar gebonden waar je doorheen moet blazen in tegenstelling tot de klarinet die maar 1 riet heeft. Toch blijft er een klein kiertje open waar je door moet blazen wil je er geluid uit krijgen. Wat zal het tochten binnen in de hobo. De Hobo is een soort klarinet maar dan iets dunner. De hobo heeft ook een hogere klank. 

 

Klarinet

In ons orkest speelt ook de klarinet mee. Dit instrument lijkt erg op een hobo maar heeft een lagere klank. Het heeft het grootste bereik van alle houtblaasinstrumenten. Een verschil met de hobo is dat de klarinet maar 1 riet heeft. Het zit geklemd op een mondstuk. De klarinet is een holle pijp met gaten en eindigt in een soort trechter die klankbeker wordt genoemd.

Fagot

Het laatste instrument in het rijtje van de houtblazers is de fagot. Een fagot is een houten, holle pijp met halverwege deze pijp een metalen buisje eraan. Net als de hobo heeft de fagot 2 rieten die op elkaar zijn gebonden. De fagot is veel langer dan de hobo, dus heeft het een lagere klank. De pijp is zelfs zo lang dat als je hem helemaal recht zou maken het niet meer handig is om erop te spelen. Vandaar dat een gedeelte van de pijp dubbelgevouwen is. Daar komt ook de betekenis van de naam fagot vandaan. Want letterlijk betekent fagot takkenbos.